Reporter Serve vanuit Namibie 6 augustus 2019 (slot)

Sinds vanochtend weer thuis, maar de nacht van zondag op maandag zal me nog lang heugen. Het was mijn laatste nacht op Astrofarm Hakos in Namibië en zondag overdag zag het er naar uit dat het zicht verbeterde, met minder stof in de atmosfeer dan de dagen daarvoor (zie mijn eerdere berichten). Dat stof deed veel afbreuk, want volgens aanwezige Duitse amateurs in Hakos waren de omstandigheden op de Alpentoppen in Oostenrijk vanwege het Namibische stof beter! Desondanks heb ik de eerdere dagen prima kunnen waarnemen, zolang je maar meer dan een graad of 30 boven de horizon bleef. Zoals gezegd kwam zondag de omslag. Het zicht op de omringende bergen werd beter, maar bij zonsondergang kwam er weer een donkere band van wolken of stof (het verschil was niet goed uit te maken) weer opzetten. Tegenvaller, of toch niet? Ik besloot sowieso te wachten tot  de ondergang van de maan om 22 uur. De situatie was toen al flink verbeterd (het was nu ook kouder, wat in Namibië een voorwaarde is voor een kraakheldere hemel), wat in de loop van de avond en nacht doorzette. Nog een voordeel was dat ik van Walter van de IAS (zie bericht 5) die avond/nacht de beschikking mocht hebben over de 42 cm Dobson: urenlang waarneemplezier met een joekel van een telescoop voor mij alleen! 

Helaas stond de Carinaenevel om 22 uur al te laag aan de hemel (zie bericht 5), maar voor de rest was het met de 42 cm een deepskyfeest van jewelste! Omega Centauri was opnieuw adembenemend, evenals 47 Tucanae: de laatste vond ik eerder gezegd nog iets mooier omdat deze bolhoop (vreemd genoeg) ietsjes minder dicht bezaaid is met sterren (bij omega krijg je een beetje de indruk dat je door de bomen het bos niet meer ziet) en een duidelijkere sterachtige concentratie in het centrum heeft. In vergelijking hiermee is M13, die ik ook bekeken heb, maar een armzalig hoopje. Verder het messierfeest in de Schutter en de Schorpioen, evenals de mooie inktvleknevel bekeken, de Halternevel (M27, ziet er inderdaad uit als een halter), Sluiernevel en nog veel meer. Ik ben met de 42 cm tot na half 2 in de weer geweest, gewacht op  een voldoende hoge stand van de Grote Magelhaense Wolk (samen met de Kleine). Die had ik de twee nachten daarvoor ’s ochtends door de verrekijkers bekeken. Nu was de stand veel lager aan de hemel maar desondanks was de aanblik veel beter nu sterren als spatscherpe puntjes tot vlak boven de horizon zichtbaar waren. De Tarantulanevel is overweldigend, met veel meer detail dan de Orionnevel (ook bekeken, maar alleen met de verrekijkers). En dan te bedenken dat Orion op 1300 lichtjaar staat en de Tarantula op 120.000. Stel je voor dat dit omgekeerd zou zijn!

Nog vóór 2 uur nam ik afscheid van de Dobson, om voor een laatste keer de Melkweg af te scannen met de 20x 90 van Hakos en mijn eigen 10x 70. Want de Melkweg was mijn eigenlijke reden om naar Namibië af te reizen. Daarmee ben ik doorgegaan tot na 3 uur, toen de stand van de Melkweg aan de hemel steeds lager werd. Bijgevoegde foto geeft een uitstekende indruk van het visuele beeld van de Melkweg in Namibië. Denk alleen de kleuren weg en in werkelijkheid waren er ook minder sterren te zien. Ook waren de stofwolken boven de Grote Sagittariuswolk (rondom de Pijpnevel) wat minder gedetailleerd zichtbaar maar voor de rest klopt het beeld prima, ook qua helderheid. Wat ook klopt is het grote aantal meteoren (rechtsonder). Ik heb het even nagekeken: er waren 2 meteoorzwermen actief, eentje erg rustig en een ander met een wat hogere activiteit. Beide hadden hun maximum al eind juli gehad, maar ik heb op een willekeurige avond/nacht een veelvoud aan meteoren gezien van die op een gemiddelde Perseïdenpicknick, waarvan sommigen heel helder met nalichtend spoor en een 3-tal door het beeldveld van de verrekijker. 

Terug naar de Melkweg. De afwisseling van heldere stervelden met donkere stofwolken is met name in de Grote Sagittariuswolk, de Scutumwolk en het gebied tussen het Zuiderkruis en de Normawolk (in het gelijknamige sterrenbeeld) overweldigend. Het lijkt er zelfs op dat deze afwisseling soms fractale eigenschappen heeft: d.w.z. dezelfde structuur in de verrekijker met groter beeldveld en lage vergroting aan het beeld in de Dobson met klein beeldveld en grotere vergroting. De Kolenzak ziet er met het blote oog uit als één donkere wolk ,maar in de verrekijker lost hij op in een wirwar van donkere slingers, slierten en vlekken. Wat een beeld!

Ook van mijn waarnemingen in Frankrijk bekende objecten door de verrekijkers bekeken, zoals Barnards E, Kleine Sagittariuswolk, Sluiernevel, Scutumwolk, e.d. Dan is de aanblik onder deze extreem donkere omstandigheden toch weer anders. Zo lijkt Barnards E op een olifant! Alhoewel donker…. Ik heb eerder vermeld dat de Melkweg in Namibië schaduwen werpt. En als de ogen optimaal geadapteerd zijn, kun je zonder lamp gewoon rondlopen: het sterlicht van de Melkweg verlicht je pad. 

Dat ik er kort na 3 uur mee ophield werd niet alleen ingegeven door de lage stand van de Melkweg en het vertrek naar huis de volgende dag. Mijn hoofd zat zo propvol met overweldigende indrukken dat het leek alsof er niets meer bij kon.

Na deze Hakos-ervaringen zit ik in een sterrenkundig dubio. Tot nu tot was de totale zonsverduistering van 1999 (alweer 20 jaar geleden!) mijn absolute hoogtepunt. Maar die positie wordt nu bedreigt door de Namibische Melkweg. Laten we het op een onbesliste fotofinish houden. Met het voordeel van de Namibische Melkweg dat die (veel) langer te zien is dan 3 minuten.

Vervolg Reporter Serve vanuit Namibie 4 augustus 2019

Zaterdag een onverwachte bonus tijdens mijn verblijf op Hakos. Overdag arriveerden nieuwe bezoekers (geen astroamateurs) die een kijkavond aangeboden kregen op de hier aanwezige sterrenwacht van de Internationale Amateur Sternwarte Heidelberg. Ik heb me daarbij aangesloten en we werden getrakteerd op een reeks mooie hemelobjecten door een 42 cm dobson, o.lv. Walter van de IAS. Ik had eerder met Walter gesproken en hij wist daarom dat ik ook waarnemer ben. Prompt werd ik gepromoveerd tot assistent waarneemleider: we waren met een groep van 8 en nadat 1 persoon door de telescoop gekeken had, moest ik er voor zorgen dat het object weer in het centrum van het beeldveld stond voor de volgende persoon, terwijl Walter continu doorging met uitleg over de sterrenhemel. Dat gaf mij een hoop extra waarneemtijd om de verschillende objecten extra lang te bekijken: jupiter met later op de avond ook de grote rode vlek, saturnus compleet met cassinischeiding in de ringen en wolkenbanden, de bolhoop omega centauri (alsof je naar een hubblefoto van een bolhoop zit te kijken!), het juwelenkistje in het zuiderkruis, een bloedrode koolstofster in het zuiderkruis, het centrum van de eta carinanevel met de sleutelgatnevel, m8 (lagunenevel), m57 (ringnevel). Na afloop nog even gekeken naar een prachtig videobeeld van Jupiter op het computerscherm via een andere telescoop (c14). Toen de rest van de groep vertrok, mocht ik van Walter nog even verder spelen met de 42 cm, samen met een Zwitsers koppel. In het begin een beetje onwennig, zo’n groot instrument en bovendien ben ik uit de oude doos en gewend met een zoeker i.p.v. een visier te werken. Maar alles wendde snel. Nog een paar mooie objecten bekenen zoals 47 Tucanae, m13, m27 (halternevel) en nog wat objecten. Sterrenhopen zoals m7 vielen wel tegen in zo’n grote kijker: daarvoor is de verrekijker onovertroffen. Persoonlijk vond ik omega centauri en het centrum van de eta carinaenevel het absolute hoogtepunt.

Ben afgelopen dagen extra vroeg opgestaan om de grote en kleine maghelhaense wolk te bekijken. Geweldig! 

Het stof uit mijn vorige bericht is blijven hangen, maar momenteel ziet het er iets beter uit. Hopelijk zet dit vanavond door, zodat ik er in de laatste nacht nog volop tegenaan kan. Maandag weer naar huis.