Waarnemingen september en oktober

De nazomer en herfst bracht dit jaar diverse heldere avonden en nachten. In tegenstelling tot de zomermaanden werden we grotendeels gespaard van vele buien en zo konden we genieten, onder andere, van de zon die op het laatst van de beschreven periode nog een bijzondere verrassing voor ons in petto had. Ook de draad van deepsky waarnemingen kon weer opgepakt worden.

Verder zijn Jo Smeets, Huub Willems en Angelo Luja zijn in deze periode nog op waarneemexpeditie gegaan in de Dordogne. Daar hebben zij fraaie resultaten geboekt. Deze zullen in dit overzicht niet aan bod komen maar in een apart verslag gepresenteerd worden. We wachten met spanning af!

Laten we traditiegetrouw beginnen met onze zon, die in zijn eindfase van de 24e cyclus is terecht gekomen. Hieronder zien jullie twee fraaie opnamen van Jo Smeets, genomen op 30 september in wit licht en h-alfa. Fraaie zonnevlekken zijn zichtbaar in wit licht waarbij aan de rand van de zon ook nog duidelijk fakkelvelden zijn . Dit zijn relatief hetere gebieden op het zonsoppervlak , waardoor zij licht afsteken tov hun omgeving. De h-alfa opname laat ook rond de betreffende zonnevlekken heldere structuren zien, dit zijn flares, uitbarstingen op het zonsoppervlak. Donkere filamenten zijn ook duidelijk zichtbaar. De opname in wit licht is gemaakt met een 120mm Esprit refractor, de H-alfa opname is genomen met een Lunt, double stack van 60mm opening.

Zon Witlicht 140930-Jo

Zon in wit licht op 30 september, Jo Smeets. De opname is gemaakt met een 120mm Esprit refractor voorzien van een objectieffilter. Camera 70D. Belichtingstijd 1/1000 sec bij iso 125.

Zon Ha 1410930-Jo

Zon in H-alfa , 30 september, vergelijk met bovenstaande figuur. Opname genomen via Lunt 60mm double stack, 70D camera, belichtingstijd 1/6 sec bij iso 200.

Dat de zon licht in alle kleuren van de regenboog uitzendt weet iedereen en kunnen we in het dagelijks leven regelmatig zien. Maar om dit zonnespectrum eens compleet met Fraunhoferlijnen en al te zien via een spectroscoop is toch wel iets bijzonders. Hieronder zien jullie een opname van Hans Goertz van het zonnespectrum, genomen via een Alpy spectroscoop (van de firma Shelyak). Fraai zij de vele absorptielijnen te zien. Het spectroscopiegebeuren is binnen onze vereniging iets wat in zijn kinderschoenen staat. Daar komt hopelijk verandering in, en komende tijd worden pogingen ondernomen om ook sterspecta via deze spectroscoop op te nemen. Wordt vervolgd!

zonspectr-140917

Zonnespectrum , Hans Goertz, genomen met Alpy spectroscoop. Gemonteerd voor een 70D camera

Vervolgens kregen we aan het eind van de maand oktober te maken met dé verrassing: het verschijnen van de grootste zonnevlek sinds 25 jaar. De vlek kreeg als volgnummer AR2192 en de verwachting is dat deze ook in de maand november weer tevoorschijn komt aan de oostelijke zonsrand. De vlek was zó groot dat deze makkelijk met het blote oog (via een eclipsbril) zichtbaar was. Van Wim Engels, Jo Smeets, Ernst Roelofs en Hans Goertz zijn er waarnemingen ontvangen van deze enorme vlekkengroep. Hieronder zien jullie hun resultaten.

141023_witlicht-HG

Opname Hans Goertz, 23 oktober, met eronder een detail uit dezelfde opname. Genomen met 77mm Apo televid, f=800mm, belichtingstijd 1/80 sec, iso 200

141023_witlicht-detail-HG

Opname Hans Goertz, 23 oktober, detail uit bovenstaande opname. Genomen met 77mm Apo televid, f=800mm, belichtingstijd 1/80 sec, iso 200

zon-roelofs

Opname Ernst Roelofs, met C5 en Nikon D5100 camera, belichtingstijd 1/1000 sec, iso 400

Tenslotte nog opnamen van AR2192 van Jo Smeets en Wim Engels.

Zon Wim Engels

Zon Wim Engels met AR2192

Zon WL141027-Jo

Zon Jo Smeets met AR2192

Tot zover de berichtgeving over onze zon. We zijn benieuwd hoe het verder gaat met deze enorme vlekkengroep.

Ook onze buur, Selena, trok weer de aandacht. Jo smeets wist hem weer fraai te “vangen”. Eenmaal bij wassende en vervolgens bij volle maan. Gegevens staan in de foto’s.

maan 140908maan 140905

Met Deepsky konden we ook enkele avonden aan de slag. Helaas waren de heldere nachten met droge lucht, zonder maanlicht, op één hand te tellen. Tijdens een heldere avond in september kon de Zomerdriehoek eens flink onder handen worden genomen. Zelfs in het lichtvervuilde Beek konden diverse nevels en sterrenhopen in dit gebied waargenomen worden.

Hieronder zien jullie een selectie van de door Hans Goertz waargenomen en gefotografeerde objecten. Alle opnamen zijn gemaakt met een 50D camera in het brandpunt van een 25 cm Dobson, f/5 telescoop.

M56-a

De bolhoop M56 in het sterrenbeeld Lier. Opname Hans Goertz. Belichtingstijd 25 sec, iso 800.

M27-a

De planetaire nevel M27. Opname Hans Goertz. Belichtingstijd 25 sec bij iso 800

Zeta-Lyrae-a

De dubbelster zeta-Lyrae. Opname Hans Goertz. Belichtingstijd 10 sec bij iso800.

En Jo Smeets stuurde nog een zeer mooie opname van de dubbelcluster in Perseus:

dubbel cluster-Jo

Opname Jo Smeets, 127mm Esprit refractor, 70D camera. Belichtingstijd 90 sec bij iso 1250

Al met al kunnen we terugkijken op een geslaagde nazomer. We zijn benieuwd wat ons de herfst en het begin van de winter aan waarnemingen gaat opleveren. We zien jullie waarnemingen en foto’s met belangstelling tegemoet!

Hans Goertz

Sterren kijken in Frankrijk 2014

Prachtige donkere luchten daar, in de naar Nederlandse begrippen dunbevolkte Cantal (zuidelijke Auvergne, Frankrijk). Daar verbleven Jacqueline en ik van 12 tot 19 juli even buiten het dorpje Sansac Veinazès, ca. dertig kilometer ten zuiden van Aurillac. Nadeel is wel dat je ver moet rijden om overdag even iets anders te doen dan sterren kijken, maar dat mag de pret niet drukken. Overigens wilde het weer lang niet altijd meewerken. Als overdag de zon al scheen, dreef er ’s avonds vaak hogere bewolking binnen. De eerste dagen viel er sowieso niet veel waar te nemen (althans geen deepsky) omdat ik moest wachten op de gunstige (afnemende) maanfase. De nog vrijwel volle maan maakte aanvankelijk al na een uur een einde aan mijn eerste waarneemsessie (hé, waarom wordt de Melkweg opeens zo bleek?) Daarna moest ik vanwege het weer ruim een week wachten totdat ik weer aan de slag kon. Ons vakantiehuis lag nogal ingesloten tussen bossen en heuvels maar gelukkig lag de blik naar het zuiden helemaal open. En dan scheelt het ook nog dat je in de Cantal zes breedtegraden zuidelijker zit dan in Limburg. Ook een beetje jammer dat er wat overlast was van de buitenverlichting van de huiseigenaar, die alleen heel laat uitkon. Gelukkig had ik daarvan, gunstig gepositioneerd achter het huis, vrijwel geen last. Tja, wat moet ik nog meer zeggen over de Messierorgie in de Schutter en Schorpioen?

De Messierorgie in de sterrenbeelden Schild (boven) en Schutter (onder), samen met sterrenwolken en donkere stofwolken. Bron: John Schumack

De Messierorgie in de sterrenbeelden Schild (boven) en Schutter (onder), samen met sterrenwolken en donkere stofwolken. Bron: John Schumack

Ik heb er na vakanties al eerder over bericht in de Galileo Yahoogroep. De bijgevoegde afbeeldingen geven een impressie van wat ik allemaal voor de lenzen van met name de 20x 80 kreeg. Laten we beginnen met M 24, de Kleine Sterrenwolk in de Schutter, een van de mooiste objecten aan de hemel.

Iets onder het midden (met de vorm van een nier) M 24, de Kleine Sterrenwolk in de Schutter. Let op de twee donkere stofwolkjes aan de bovenkant van M 24. Aan weerzijden van M 24 de open sterrenhopen M 25 (links) en M 23 (rechts). Boven M 24 is de zwaanvorm (ondersteboven) van M 17 (Omeganevel) te herkennen. Afgezien van de kleuren geeft deze opname een goede impressie van wat je met de 20X 80 kunt zien. Bron fot Jim Mazur.

Iets onder het midden (met de vorm van een nier) M 24, de Kleine Sterrenwolk in de Schutter. Let op de twee donkere stofwolkjes aan de bovenkant van M 24. Aan weerzijden van M 24 de open sterrenhopen M 25 (links) en M 23 (rechts). Boven M 24 is de zwaanvorm (ondersteboven) van M 17 (Omeganevel) te herkennen. Afgezien van de kleuren geeft deze opname een goede impressie van wat je met de 20X 80 kunt zien.
Bron fot Jim Mazur.

Opvallend zijn de twee donkere stofwolken bovenaan M 24, die je als ogen lijken aan te staren. Aan weerszijden van M 24 twee prachtige open sterrenhopen (M 25 en 23), daarboven de onvolprezen M17 (Omeganevel), waarvan de zwaanvorm zelfs in de 20x 80 duidelijk te zien is, en M 16 (Arendskopnevel), bekend van de beroemde Hubblefoto Pillars of Creation. M 8, de heldere Lagunenevel, kon je zonder problemen met het blote oog zien en is in de 20x 80 nog vele malen indrukwekkender. Over de juwelendoosjes M 6 en M 7 in de staart van de Schorpioen raak ik niet uitgeschreven (beide staan bij ons te laag aan de hemel) en natuurlijk de Grote Sterrenwolk in de Schutter, waar je een rechtstreeks uitzicht hebt op de bulge van ons melkwegstelsel, 25.000 lichtjaar ver weg.

Dat merk je aan het feit dat daar de gloed van de Melkweg niet meer oplost in de verrekijker, afgezien van de nodige voorgrondsterren. Eerder heb ik al bericht over mijn verliefdheid op donkere stofwolken, die je aan onze lichtvervuilde hemel al helemaal niet meer kunt zien. De Pijpnevel in de zuidelijke Slangendrager en Schorpioen is een van de bekendste, maar staat zelfs in de Cantal niet hoog boven de horizon. Ik heb er wat glimpen van kunnen zien, een uitgesterkt object dat minstens 2,5 beeldvelden lang is. Hoger aan de hemel de prachtige sterrenwolk in het Schild, met M 11 (Flying Duck Cluster) als opvallendste object. Mijn deepskybijbel Binocular Astronomy van Crossen en Tirion wijst op de opvallende donkere stofwolken ten noorden en westen van M 11, die zelf aan de noordelijke rand staat van de schitterende sterrenwolk in het Schild. In Binocular Astronomy staat uitgelegd naar welke spiraalarmen je precies kijkt als de blik gericht is op de sterrenwolken van achtereenvolgens Schutter, Schild, Arend, Zwaan en Cassiopeia. Dan gaat de Melkweg pas echt leven! Van het Schild met de verrekijker gepend naar de Arend met de onvolprezen donkere stofwolken B142 en 143 ten noordwesten van gamma Aql.

De donkere stofwolken B (Barnard) 142 en 143. Deze foto komt aardig overeen met de visuele indruk door de 20x80, bron: Hunter Wilson/Wikipedia

De donkere stofwolken B (Barnard) 142 en 143. Deze foto komt aardig overeen met de visuele indruk door de 20×80, bron: Hunter Wilson/Wikipedia

Die steken opvallend af tegen de gespikkelde Melkwegachtergrond en vormen naast M 24 een prachtig maar veel minder bekend showobject aan de zomerhemel. Nog verder naar het westen, richting zeta en epsilon Aql. en je valt opeens van het lichtende gekrioel van de Melkweg in de afgrond van het Grote Rift, de donkere stofband die de zomermelkweg in de lengterichting doormidden snijdt.

Overzicht van de zomermelkweg, met tal van prachtige Messierobjecten die in de tekst besproken zijn. Zuid is rechts en de rechterrand valt ongeveer samen met de zuidelijke horizon. Het meest valt het Grote Rift in deze opname op, het donkere gebied dat de Melkweg in de lengterichting in tweeën snijdt. De heldere ster linksboven is Wega, die zich op zomeravonden nabij het zenit ophoudt. Rechts daaronder, onder de Melkweg is Altaïr en tegen de linkerrand van de opname bevindt zich Deneb. Deze drie sterren vormen de bekende zomerdriehoek. Gaan we helemaal naar de rechterrand dan valt allereerst de heldere vlek van de Grote Sterrenwolk in de Schutter op, waar we uitzicht hebben op de bulge van het melkwegstelsel. Daarboven is de Pijpnevel te herkennen. De roze vlek linksonder de Pijpnevel, ingebed in de donkere stofbaan, is de Lagunenevel (M 8). Verder naar links nog twee ronze vlekken, achtereenvolgens de Omeganevel (M 17) en de Arendskopnevel (M 16). De heldere vlek tussen M 8 en M 17 is, M 24: de Kleine Sterrenwolk in de schutter. Nog verder naar links (aan de hemel schuin naar boven richting noordoost) steekt een heldere vlek midden in een donker stofgebied: de sterrenwolk in het Schild, ook een opvallend en duidelijk met het blote oog zichtbare gebied. Nog verder naar links komen we bij Altaïr uit, de hoofdster van de Arend. Linksboven Altaïr zien we de roodachtige gamma Aql. met vlak daarboven de in het binoculair prachtige donkere stofwolken B 142 en 143. Nog verder naar boven staat aan de overkant van het grote rift zeta Aql. Als je met de verrekijker de oversteek naar zeta maakt, is de overgang van de heldere sterrenwolken van de Melkweg naar de donkerew stofwolken van het grote rift zeer abrupt en uitermate spectaculair om te zien. Onder Wega vinden we de heldere sterrenwolken van de Zwaan, het rode gebiedje onder Deneb is de Noord-Amerikanevel. Bron foto: NASA

Overzicht van de zomermelkweg, met tal van prachtige Messierobjecten die in de tekst besproken zijn. Zuid is rechts en de rechterrand valt ongeveer samen met de zuidelijke horizon. Het meest valt het Grote Rift in deze opname op, het donkere gebied dat de Melkweg in de lengterichting in tweeën snijdt. De heldere ster linksboven is Wega, die zich op zomeravonden nabij het zenit ophoudt. Rechts daaronder, onder de Melkweg is Altaïr en tegen de linkerrand van de opname bevindt zich Deneb. Deze drie sterren vormen de bekende zomerdriehoek. Gaan we helemaal naar de rechterrand dan valt allereerst de heldere vlek van de Grote Sterrenwolk in de Schutter op, waar we uitzicht hebben op de bulge van het melkwegstelsel. Daarboven is de Pijpnevel te herkennen. De roze vlek linksonder de Pijpnevel, ingebed in de donkere stofbaan, is de Lagunenevel (M 8). Verder naar links nog twee ronze vlekken, achtereenvolgens de Omeganevel (M 17) en de Arendskopnevel (M 16). De heldere vlek tussen M 8 en M 17 is, M 24: de Kleine Sterrenwolk in de schutter. Nog verder naar links (aan de hemel schuin naar boven richting noordoost) steekt een heldere vlek midden in een donker stofgebied: de sterrenwolk in het Schild, ook een opvallend en duidelijk met het blote oog zichtbare gebied.
Nog verder naar links komen we bij Altaïr uit, de hoofdster van de Arend. Linksboven Altaïr zien we de roodachtige gamma Aql. met vlak daarboven de in het binoculair prachtige donkere stofwolken B 142 en 143. Nog verder naar boven staat aan de overkant van het grote rift zeta Aql. Als je met de verrekijker de oversteek naar zeta maakt, is de overgang van de heldere sterrenwolken van de Melkweg naar de donkerew stofwolken van het grote rift zeer abrupt en uitermate spectaculair om te zien.
Onder Wega vinden we de heldere sterrenwolken van de Zwaan, het rode gebiedje onder Deneb is de Noord-Amerikanevel. Bron foto: NASA

De overgang is hier zee abrupt. Ook als je van Albireo in de Zwaan (de bekende gekleurde dubbelster) naar het zuiden afzakt, krijg je hetzelfde effect. Nog even tussenstops maken bij de Kleerhangercluster in de Zwaan en de grote knikkervomige planetaire nevel M 27 (Halternevel) in de Pijl. Overigens had ik ook een C6 in bruikleen mee, waar in de ‘klokkenhuisvorm’ van M 27 goed te zien was. Het mooist in de C6 vond ik M 20 (Trifidnevel) in de Schutter: drie donkere stofbanen tegen een fijne nevelachtige achtergrond. Mooi om sommige deepskyobjecten van wat dichterbij te zien, maar het meeste werk heb ik toch met de 20x 80 verzet. Zeker als je de Melkwegwolken rond gamma Cygni en Deneb in de zwaan onder de loep neemt. Krioelende sterrenmassa’s doortrokken met kronkelende stofbanen. Prachtig! Zij staan zo hoog aan de hemel dat de 20x 80 van het statief afging en dan in de hand op mijn rug in een uitgeklapte tuinstoel. Even verderop de Nood-Amerikanevel, die het hele beeldveld van de 20x 80 vult. Nog verder richting Cassiopeia de mooie sterrenhoop M 39 met nog wat verderop een opvallende donkere stofwolk die als een streep overdwars door de Melkweg snijdt.

Rechts van het midden staat Deneb, met links daaronder de Noord-Amerikanevel. Trek van Deneb een horizontale lijn naar links en je komt uit bij een klein kluwen van sterren: de open sterrenhoop M 39. Even links daaronder valt een donkere stofwolk op die als een naald door dit gedeelte van de Melkweg steekt. Rechtsonder Deneb is het prachtige gebied rond gamma Cygni zichtbaar; de kleuren komen alleen op fotografische opnamen tevoorschijn.

Rechts van het midden staat Deneb, met links daaronder de Noord-Amerikanevel. Trek van Deneb een horizontale lijn naar links en je komt uit bij een klein kluwen van sterren: de open sterrenhoop M 39. Even links daaronder valt een donkere stofwolk op die als een naald door dit gedeelte van de Melkweg steekt. Rechtsonder Deneb is het prachtige gebied rond gamma Cygni zichtbaar; de kleuren komen alleen op fotografische opnamen tevoorschijn.

Trouwens, het hele gebied van Deneb richting Cepheus is doortrokken van vingervormige stofwolken. En eindelijk is het mij gelukt om de Sluiernevel NGC 6229 in de Zwaan op te sporen. Eerdere verkenningen bleven vruchteloos, naar nu blijkt vanwege het niet goed lezen van Binocular Astronomy zodat ik mij op het verkeerde sterretje oriënteerde. Maar nu wel eindelijk in het vizier. Een groot, prachtig object dat er net zo uitziet als de foto’s. Wel weet je niet zeker of de gloed van het object werkelijk van heet gas komt of dat het gewoon om het licht van de Melkweg zelf gaat. Maar aan de vorm kun je overduidelijk herkennen dat de lang gezochte supernovarest echt in het vizier staat. Verder nog de bekende paradepaartjes voor de lens gehad, zoals M 51 (Draaikolknevel), Andromedanevel met z’n twee satellieten, dubbele cluster in Perseus, oh ja, en de rode granaatster in Cepheus.

Laten we ook de minder bekende paradepaartjes niet vergeten, zoals de prachtige open sterrenhopen IC 4665 en IC 4765 in de Slangendrager, en het asterisme rond beta Oph. daartussenin. Het spiraalnevelgeweld van M 81 – 82 en M 33 bleven buiten beeld omdat de omringende bossen/heuvels hier het zicht belemmerden.

Servé achter de 20x 80. Deze foto is niet in de Cantal gemaakt maar in 2012 in de Drome, waar het net zo donker was. Het statief is inmiddels vervangen door een professionelere versie van Celestron. Bron: Servé Vaessen

Servé achter de 20x 80. Deze foto is niet in de Cantal gemaakt maar in 2012 in de Drome, waar het net zo donker was. Het statief is inmiddels vervangen door een professionelere versie van Celestron. Bron: Servé Vaessen

Gedurende de paar laatste dagen van onze vakantie verbleven we in La Frette, een dorpje in het zuidelijk deel van de Bourgogne. Ook daar was het donker, alhoewel wat minder dan in de Cantal, maar je had wel beter zich op de overige windrichtingen. Ik kon het niet laten om ook hier nog even een uurtje sterren te kijken.

Servé Vaessen