Waarnemingen van onze leden: februari 2014

De wintermaand februari had dit jaar geen winterweer voor ons in petto. Maar  desondanks trok de hemel regelmatig open en konden we diverse avonden genieten van een prachtige sterrenhemel. Natuurlijk waren onze doorgewinterde waarnemers voortdurend op post en konden prachtige resultaten behalen. Hieronder zien we een selectie van de resultaten, zoals die in het discussieforum van Galileo de revue passeerden.

De maand werd gekenmerkt door een tweetal hoogtepunten: de spectaculaire zonnevlekkengroep die de zon meer dan twee maanden siert en de supernova die verscheen in het sterrenbeeld Grote Beer, meer bepaald in het sterrenstelsel M82. Maar ook de maan en planeten boden een fraaie aanblik aan de avond- en ochtendhemel.

We beginnen met de spectaculaire gebeurtenissen op de zon!

Allereerst beginnen we met een waarschuwing voor de beginnende waarnemer! Neem nooit de zon waar zonder afdoende bescherming door middel van een speciaal zonnefilter vóór het objectief (voorste lens of hoofdspiegel)

De huidige zonnevlekkencyclus is in een ver gevorderd stadium waarbij we nog niet weten of het maximum al daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Over het algemeen was deze cyclus tot en met 2013 nogal aan de magere kant met maar sporadisch een rijk met vlekken gevulde zonneschijf. Toch duikt er ook regelmatig een fors exemplaar op! Zo ook aan het begin van 2014. Begin januari verscheen aan de oostelijke zonsrand een enorme zonnevlek. Dergelijke vlekken zijn zó groot dat ze gemakkelijk de aarde één of tweemaal zouden kunnen bevatten. Heeft een normale zonnevlek een levensduur van hooguit enkele dagen tot een week, een vlekkengroep van dit kaliber kan gemakkelijk meerdere weken overleven en meerdere malen aan de zonsrand verschijnen. Deze zonnevlek kwam zelfs voor de derde keer terug!

Hieronder zien we een paar voorbeelden van deze spectaculaire zonnevlekkengroep bij zijn tweede verschijning aan het begin van de maand.

 

Opname van Hans Goertz op 2 febrauri, in wit licht (Baader folie)  mbv 77mm apo-televid, f=800mm. Camera 50D, belichtingstijd 1/250sec, iso250

Opname van Hans Goertz op 2 febrauri, in wit licht (Baader folie) mbv 77mm apo-televid, f=800mm. Camera 50D, belichtingstijd 1/250sec, iso250

Ook van Ernst Roelofs ontvingen we een mooie opname die de vlekkengroep prachtig laat zien een dag later:

Opname van 3 februari van Ernst Roelofs mbv C5 telescoop en een Nikon D700 camera in het brandpunt. Belichtingstijd 1/100sec, bij iso400

Opname van 3 februari van Ernst Roelofs mbv C5 telescoop en een Nikon D700 camera in het brandpunt. Belichtingstijd 1/100sec, bij iso400

Ook in H-alfa (golflengte 654,3 nm) was de aanblik van de zon steeds weer een lust voor het oog en de camera. Hieronder zien we een tweetal spectaculaire opnamen van Jo smeets en Wim Engels:

 

Opname van Jo Smeets van 2 februari 2014, gegevens zie opname

Opname van Jo Smeets van 2 februari 2014, gegevens zie opname

Opname van 2 februari van Wim Engels in H-alfa licht (Lunt 60mm telescoop), camera Canon 60D, belichtingstijd 1/13sec, iso 640

Opname van 2 februari van Wim Engels in H-alfa licht (Lunt 60mm telescoop), camera Canon 60D, belichtingstijd 1/13sec, iso 640

Aan het einde van de maand kwam de vlekkengroep weer voor derde keer terug! Hieronder een opname van 28 februari. De betreffende vlek is met een rode cirkel aangegeven:

Opname van Hans Goertz op 28 februari. 77mm apo-televid telescoop, f=800mm, belichtingstijd 1/250sec, iso 400. De voor de derde keer verschenen zonnevlek is met een cirkel aangegeven

Opname van Hans Goertz op 28 februari. 77mm apo-televid telescoop, f=800mm, belichtingstijd 1/250sec, iso 400. De voor de derde keer verschenen zonnevlek is met een cirkel aangegeven

Je ziet: de zon is een altijd boeiend object om waar te nemen. Het is iedere dag weer een bron van onverwachte details. Voor informatie over het waarnemen van de zon kun je altijd terecht bij de ervaren zonnewaarnemers van Galileo.

Gaan we het nu eens wat dichter bij huis zoeken. Ook de maan is steeds weer een uiterst lonend waarneemdoel. Hiervoor heb je zeker geen enorm grote telescoop nodig. Een kleine telescoop of zelfs een verrekijker volstaat om structuren op de maan (zeeën, kraters, bergen enz) te kunnen waarnemen.

Wanneer de maan na de nieuwe maan weer aan de avondhemel verschijnt is het zogenoemde asgrauwe licht van de maan te zien. Links van de maansikkel zien we in een verrekijker al duidelijk de maan in zijn volle omvang,  een stuk zwakker dan de sikkel zelf. Het asgrauwe schijnsel wordt veroorzaakt door weerkaatst aardlicht dat op de maan valt. Hieronder zien we een fraaie opname van dit fraaie verschijnsel, gemaakt door Jo Smeets.

Opname maan met asgrauw schijnsel door Jo Smeets

Opname maan met asgrauw schijnsel door Jo Smeets

Hieronder zien we nog een opname van de maan, genomen ná volle maan waarbij de grote inslagstructuur Mare Crisium fraai aan de (boven)rand te zien is.

Opname van de maan gemaakt door Hans Goertz. 77mm apo-televid telescoop, camera Canon 50D,  f=800mm, belichtingstijd 1/80sec, iso 400

Opname van de maan gemaakt door Hans Goertz. 77mm apo-televid telescoop, camera Canon 50D, f=800mm, belichtingstijd 1/80sec, iso 400

Hoewel de maan een ongekende weelde aan details laat zien is het voor een waarnemer die Deep-Sky objecten wil waarnemen een storende lichtbron. Die wacht tot er geen maanlicht is. Op een dergelijke avond is het in de wintermaanden een genoegen om de blik op Orion te richten. Hier treffen we de fraaie Orionnevel (een zogenaamde gasnevel) aan. De nevel werd fraai vastgelegd door Jo Smeets waarbij de kleuren mooi tot uitdrukking komen.

Prachtige opname van de Orionnevel van Jo smeets, gefotografeerd met de C8 met focalreducer F6.3, een Moon&Skyglow filter gebruikt, 25sec belicht op 1000iso en bewerkt in PS.

Prachtige opname van de Orionnevel van Jo smeets, gefotografeerd met de C8 met focalreducer F6.3, een Moon&Skyglow filter gebruikt, 25sec belicht op 1000iso en bewerkt in PS.

Tijdens de maanloze nachten van februari konden we dit jaar ook nog op jacht gaan naar een heuse supernova. Deze was te vinden in het sterrenbeeld Grote Beer, in het sterrenstelsel M82. We zien hier een ster op een afstand van 11 miljoen lichtjaar. De ster straalt in zijn eentje evenveel licht uit als het sterrenstelsel als geheel (totaal meer dan 100 miljard sterren).

De opnamen hieronder zijn gemaakt door Hans Goertz en Jo Smeets.

Opname van M82 met supernova (ster in witte cirkel) gemaakt door Hans Goertz. 25 cm Newton telescoop, f=1200mm. Camera Canon 50D in brandpunt, belichtingstijd 25 sec bij iso 3200.

Opname van M82 met supernova (ster in witte cirkel) gemaakt door Hans Goertz. 25 cm Newton telescoop, f=1200mm. Camera Canon 50D in brandpunt, belichtingstijd 25 sec bij iso 3200.

 

Opname van 2 februari Jo smeets. De supernova is aangegeven met de witte strepen, overige gegevens in de opname. De witte vlek rechts van het midden is een ander sterrenstelsel, M81

Opname van 2 februari Jo smeets. De supernova is aangegeven met de witte strepen, overige gegevens in de opname. De witte vlek rechts van het midden is een ander sterrenstelsel, M81

Hieronder nog een keer de opnames van februari in één diashow:

Hans Goertz, meteorieten en meteorietkraters op aarde, een nabeschouwing 2014.

Hans Goertz had een goed opgebouwd verhaal, dat met de rust van een ervaren spreker gebracht werd.

De basis bestond uit een overzicht van typen meteorieten die we kennen van meer naar minder: steen, ijzer (nikkel/ijzer dus wel!) en steen/ijzer, de frequentie van inslagen in de aardse atmosfeer, in totaal 3000 ton per dag, en het effect van de grootte van het object, van stofjes die zoetjes naar beneden komen zweven tot objecten van tientallen kilometer die met hun enorme impactenergie het klimaat een tijdje volledig op zijn kop kunnen zetten en een groot deel van het leven kunnen laten verdwijnen.

Uitgelegd werd waarom op aarde het aantal bekende kraters relatief klein is in vergelijking met dat op de maan en andere aardse planeten: een aantal liggen op op de zeebodem, maar belangrijker: door verwering verdwijnt het relief op aarde snel. Toch zijn er nog zo’n 400 aardse kraters bekend.

De bekendste is ongetwijfeld de Barringerkrater in de USA. Dichterbij, veel groter (en ouder) en toch minder bekend is de Rieskrater in Zuid Duitsland.

Je ziet deze krater ook niet zelfs als je er midden in staat in het plaatsje Nördlingen. Het museum van Nördingen is de moeite van een bezoek waard.

Bij het onstaan van deze krater zo’n 15 miljoen jaar geleden moet een groot deel van de omgeving, zo groot als een provincie in Nederland, volledig verstoord zijn geworden. Een filmpje toonde een simulatie van het onstaan van deze krater. de stevige licht- en geluidseffecten waren een flauwe afspiegeling van wat zich moet hebben afgespeeld. Toch valt dat weer in het niet bij de impact die op het einde van het krijt-tijdperk plaats vond, waardoor veel van het toen aanwezige levensvormen op aarde, inclusief de dinosauriërs, uitstierven. De oorzaak van andere grote rampen die een geologisch tijdvak afsloten en massaal uitsterven van dier- en plantensoorten veroorzaakten is niet bekend.

Als je meteorieten wil gaan zoeken is het wel handig waar te weten je op moet letten, soortelijke massa, smeltkorst en structuur in het inwendige. Ook is het dan goed om te weten waar je wél en waar nìet moet gaan zoeken: wél op het ijs van Antactica, wél in de woestijn, nìet langs de spoorlijn bij Geulle.

Nederland is een minder geschikt land voor het vinden van meteorieten, je moet ze al zien vallen, of anders de politie erbij halen (zoals bij de Glanerbrook). In totaal zijn er 4 bekend waarbij de laatste (eigenlijk de voorlaatste, de Diepenveen, die al in 1873 gevallen is maar pas recent bestudeerd is), het meest interessant is, omdat het een zeldzame koolstofrijke CM chrondriet is. (MJ: Dat is hetzelfde type als de bekende en zeer veel bestudeerde Murchison meteoriet.)

Voor mij (MJ) enkele opmerkelijk nieuwtjes;

–  een planetoïde hoeft niet erg groot te zijn om een kern/mantel scheiding te ondergaan, zo’n 10 km is al genoeg, nooit gedacht!

–  door de sterke samendrukking van het gesteente tijdens een impact onstaat een kwartsvarieteit (Shistoviet) met een soortelijke massa van 4,3 g/cm3 (normaal kwarts 2,65 gr cm/3)

Stelling:(amateur) astronomen kijken te veel naar de hemel om een meteoriet te vinden. Amateur geologen te weinig naar de hemel om te te zien of ze wel echt een meteoriet gevonden hebben.

Martien Jacobs