Dreiging uit de ruimte 2015

Lezing op zaterdag 21 november in de Sterrenwacht Limburg, Schaapskooiweg 95 Heerlen. Aanvang 14 uur

Er zijn stukken van de Maan en Mars op aarde gevonden, de Nederlandse meteoriet van Ellemeet kwam van Vesta. Hoe komen ze op aarde, wat is hun samenstelling en welke verassende conclusies kunnen er worden getrokken? Inslagen zijn niet zonder risico’s, zoals we op 15 februari 2013 in het Russische Chelyabinsk hebben kunnen zien.

Robert Wielinga

Robert Wielinga

Robert Wielinga (1962) is al sinds zijn 10e verzot op het heelal.
Hij is docent Natuurkunde in Utrecht en actief voor de publiekssterrenwacht Sonnenborgh en voor de Sterrenkundige Kring Minnaert (afdeling van de KNVWS) in die stad. Hij was medeoprichter en bestuurslid van de European Association for Astronomy Education (EAAE). Voor zijn verdienste voor sterrenkunde-educatie en -popularisatie is de planetoïde 12644 Robertwielinga naar hem vernoemd.

Hans Goertz, meteorieten en meteorietkraters op aarde, een nabeschouwing 2014.

Hans Goertz had een goed opgebouwd verhaal, dat met de rust van een ervaren spreker gebracht werd.

De basis bestond uit een overzicht van typen meteorieten die we kennen van meer naar minder: steen, ijzer (nikkel/ijzer dus wel!) en steen/ijzer, de frequentie van inslagen in de aardse atmosfeer, in totaal 3000 ton per dag, en het effect van de grootte van het object, van stofjes die zoetjes naar beneden komen zweven tot objecten van tientallen kilometer die met hun enorme impactenergie het klimaat een tijdje volledig op zijn kop kunnen zetten en een groot deel van het leven kunnen laten verdwijnen.

Uitgelegd werd waarom op aarde het aantal bekende kraters relatief klein is in vergelijking met dat op de maan en andere aardse planeten: een aantal liggen op op de zeebodem, maar belangrijker: door verwering verdwijnt het relief op aarde snel. Toch zijn er nog zo’n 400 aardse kraters bekend.

De bekendste is ongetwijfeld de Barringerkrater in de USA. Dichterbij, veel groter (en ouder) en toch minder bekend is de Rieskrater in Zuid Duitsland.

Je ziet deze krater ook niet zelfs als je er midden in staat in het plaatsje Nördlingen. Het museum van Nördingen is de moeite van een bezoek waard.

Bij het onstaan van deze krater zo’n 15 miljoen jaar geleden moet een groot deel van de omgeving, zo groot als een provincie in Nederland, volledig verstoord zijn geworden. Een filmpje toonde een simulatie van het onstaan van deze krater. de stevige licht- en geluidseffecten waren een flauwe afspiegeling van wat zich moet hebben afgespeeld. Toch valt dat weer in het niet bij de impact die op het einde van het krijt-tijdperk plaats vond, waardoor veel van het toen aanwezige levensvormen op aarde, inclusief de dinosauriërs, uitstierven. De oorzaak van andere grote rampen die een geologisch tijdvak afsloten en massaal uitsterven van dier- en plantensoorten veroorzaakten is niet bekend.

Als je meteorieten wil gaan zoeken is het wel handig waar te weten je op moet letten, soortelijke massa, smeltkorst en structuur in het inwendige. Ook is het dan goed om te weten waar je wél en waar nìet moet gaan zoeken: wél op het ijs van Antactica, wél in de woestijn, nìet langs de spoorlijn bij Geulle.

Nederland is een minder geschikt land voor het vinden van meteorieten, je moet ze al zien vallen, of anders de politie erbij halen (zoals bij de Glanerbrook). In totaal zijn er 4 bekend waarbij de laatste (eigenlijk de voorlaatste, de Diepenveen, die al in 1873 gevallen is maar pas recent bestudeerd is), het meest interessant is, omdat het een zeldzame koolstofrijke CM chrondriet is. (MJ: Dat is hetzelfde type als de bekende en zeer veel bestudeerde Murchison meteoriet.)

Voor mij (MJ) enkele opmerkelijk nieuwtjes;

–  een planetoïde hoeft niet erg groot te zijn om een kern/mantel scheiding te ondergaan, zo’n 10 km is al genoeg, nooit gedacht!

–  door de sterke samendrukking van het gesteente tijdens een impact onstaat een kwartsvarieteit (Shistoviet) met een soortelijke massa van 4,3 g/cm3 (normaal kwarts 2,65 gr cm/3)

Stelling:(amateur) astronomen kijken te veel naar de hemel om een meteoriet te vinden. Amateur geologen te weinig naar de hemel om te te zien of ze wel echt een meteoriet gevonden hebben.

Martien Jacobs