Halton Arp gelooft niet in de oerknal. Al 35 jaar probeert de rebelse sterrenkundige zijn collega’s ervan te overtuigen dat de kosmos heel anders in elkaar zit dan zij denken. Maar de meeste astronomen nemen hem allang niet meer serieus.
Het heelal volgens Halton Arp
Hoe vergaat het de controversiële hoofdrolspeler persoonlijk als bijna al zijn collega’s hem links laten liggen? “Het stemt me vooral verdrietig”, aldus Halton Arp. “Oude kennissen uit de sterrenkunde willen niets meer met me te maken hebben en met de vrienden die wel nog gebleven zijn, kan ik niet meer over wetenschap praten”. Al 35 jaar propageert de dissidente sterrenkundige zijn omstreden theorieën. Arp: “Het is een realiteit waarmee je leert te leven, maar het ergste vind ik het achterhouden door opponenten van bewijsmateriaal dat mijn opvattingen ondersteunt”. Het geschil tussen Halton Arp en de ‘gevestigde’ sterrenkunde is hoog opgelopen. Als gerenommeerd astronoom aan de meest vooraanstaande sterrenwacht in de Verenigde Staten, maakte hij naam met zijn onderzoek aan sterrenstelsels en sleepte hoge wetenschappelijke onderscheidingen in de wacht. MaarArps afwijkende opvattingen vielen in minder goede aarde.Wetenschappelijke tijdschriften weigerden zijn bevindingen te publiceren en in 1983 werd hem de toegang tot de grote Hale telescoop op Mount Palomar in Californië ontzegd. De omstreden sterrenkundige pakte zijn biezen en vertok naar Duitsland. Sindsdien werk hij bij het Max Planck Instituut voor Astrofysica in Garching, bij München.
Afgelopen mei bezocht Arp Amsterdam om in het wetenschapscentrum Nemo uit te leggen wat er aan de gangbare opvattingen over het heelal allemaal niet klopt. Het sleutelwoord daarbij is roodverschuiving. Als een lichtbron zich met hoge snelheid van ons verwijdert, worden de lichtgolven uitgerekt. Het licht wordt roder van kleur en hoe harder de lichtbron wegvlucht, hoe groter de roodverschuiving. Astronomen vinden deze roodverschuiving terug in het licht van vrijwel alle sterrenstelsels in het heelal. Zij bewegen van ons af, en wel met een hogere snelheid naarmate hun afstand groter is. Hieruit volgt dat het heelal uitdijt en dat de roodverschuiving aangeeft hoe ver de sterrenstelsels van ons afstaan. De expansie van het heelal wijst op zijn beurt naar de oerknal of Big Bang, waaruit de kosmos bijna 14 miljard jaar geleden werd geboren.
Maar volgens Arp bestaat er helemaal geen verband tussen roodverschuiving en afstand. Hij wijst op vele voorbeelden waarbij quasars, compacte bronnen van licht en radiostraling met een hoge roodverschuiving, vlak in de buurt staan van sterrenstelsel waarvan het licht veel minder roodverschoven is. Bijna alle sterrenkundigen houden het op toevallige samenstanden van verre quasars met sterrenstelsels op de voorgrond. Arp daarentegen acht de kans op zoveel toevalstreffers verwaarloosbaar klein. Bovendien lijken de sterrenstelsels soms via ijle materieslierten met de begeleidende quasar verbonden te zijn. Een bewijs dat de beide objecten, ondanks hun grote verschil in roodverschuiving, zich daadwerkelijk dicht bij elkaar in de ruimte bevinden. Roodverschuiving heeft dus niets met de afstand te maken, met als gevolg dat het heelal niet uitdijt en de oerknaltheorie in de prullenbak kan. “Ruimte is niets”, zo legt Arp tijdens zijn voordracht in Amsterdam uit. “Hoe kan niets uitdijen? En hoe kan uit het niets een heelal ontstaan? Niets is gewoon niets en de Big Bang, waarin alles uit het niets ontstaat, is creationisme pur sang”.
Als de roodverschuiving niet veroorzaakt wordt door de uitdijing van het heelal, waardoor dan wel? Een kwestie van leeftijd, zo vindt Arp. Sterrenstelsels creëren in hun centrum nieuwe materie die in de vorm van quasars met hoge snelheid naar buiten wordt geschoten. Pasgevormde materie bestaat uit lichte deeltjes die in de loop van de tijd steeds zwaarder worden. Lichte elektronen stralen licht uit met een langere golflengte uit dan hun zwaardere en oudere soortgenoten, zodat quasars altijd een grotere roodverschuiving hebben dan hun ‘moederstelsel’. Arp heeft geen oerknal nodig om materie in het heelal te laten ontstaan. Sterrenstelsels braken voortdurend nieuwe materie in de vorm van quasars uit, die vervolgens tot nieuwe sterrenstelsels uitgroeien. Arp: “Het heelal is eeuwig en oneindig. Het herschept zichzelf en verandert voortdurend. Hoe dat precies gebeurt en in welke richting het heelal zich ontwikkelt, weten we niet”.
In kringen van amateurastronomen is Arp een veelgevraagd spreker. “Dat zijn nog echte waarnemers die met onbevangen blik naar sterrenstelsels kijken en daaruit hun conclusies trekken. Want in de wetenschap behoren waarnemingen altijd de doorslag te geven.” In de professionele wereld telt Arp echter allang niet meer mee. De toonaangevende astronomische vakbladen wijzen zijn artikelen steevast af en als er al iets van Arp in druk verschijnt, wordt het door zijn collega’s genegeerd. Sterrenkundigen komen met hun reuzentelescopen massa’s sterrenstelsels en quasars op het spoor. Logisch dus dat je ook steeds meer toevallige samenstanden vindt. De zaak is allang afgedaan maar Arp weigert gewoon zijn verlies toe te geven, zo luidt de redenering. Van een georganiseerde oppositie tegen de oerknaltheorie is trouwens geen sprake. Arp is al 78 en van de astronomen met naam ondervindt hij alleen steun van de nog oudere Geoffrey Burbidge van de Universiteit van Californië. Opvolgers dienen zich nog niet aan, want jonge, aankomende sterrenkundigen laten zich zelden in met Arps controversiële opvattingen. Schuld daaraan is volgens Arp de prestatiedwang op scholen en universiteiten: “Jongeren wordt al vroeg ingeprent dat fouten maken verkeerd is. Daardoor conformeren ze zich aan het gangbare. Studenten leren niet meer om zelfstandig na te denken en worden gehersenspoeld. Wetenschap is godsdienst geworden, waarin dogma’s en gevestigde belangen de dienst uitmaken. Afwijken is slecht voor je prestige en carrière.” Hoe ziet Arp de toekomst van de kosmologie over tien, twintig jaar? “Nog meer verdeeldheid”, zo luidt zijn sombere conclusie. Maar waarschijnlijker is dat het probleem vanzelf uitsterft.
| < Vorige |
|---|


