
De maansverduistering van 3/4 maart, aanvang 22,30
“Het Kosmische Mysterie†schreef Kepler in 1595 het werd gepubliceerd in 1597. Het blijft onze grote vraag: Hoe zit de kosmos in elkaar? Het was een bijdrage van mij op onze ledenavond. Helemaal aan de andere kant van Kepler’s levensbaan staat “Somnium of Maandroomâ€. Het werd postuum uitgegeven in 1634 door zijn zoon Ludwig Kepler. Achtergrond:Toen Kepler noch student aan de Protestantse Theologische Hogeschool in Tübingen was behoorde het tot de studieopdrachten thema's voor disputen in te brengen en deze dan te verdedigen. In 1593 wilde hij als onderwerp voor zijn voordracht opgeven: "hoe mag de aarde er wel uitzien vanaf de maan". De dispuutleider, Professor Veit Müller, wilde dit onderwerp niet accepteren, wat logisch is, als men bedenkt, dat het officiële standpunt, dat door de professoren aan Hogescholen, Protestant of Katholiek, ingenomen werd, het systeem van Ptolemaeus was.
Het wereldbeeld van Copernicus (1543, "De Revolutionibus") was bij de gewone mensen nauwelijks of niet bekend en werd door geleerden algemeen afgewezen. (In het voorwoord voor "De Revolutionibus", van Andreas Osiander werd trouwens gezegd, dat "De Revolutionibus" een hypothese was, in de eerste plaats bedoeld om de voorspellingen omtrent de plaats van de planeten aan de hemel, te verbeteren.) Kepler kwam als jonge student met het wereldbeeld van Copernicus in aanraking door een van de professoren, Michael Mästlin, die in vertrouwelijke gesprekken aan het heliocentrische systeem van Copernicus de voorkeur gaf boven het oude geocentrische idee van Ptolemaeus. Over het boek. Deze verbeelding: "hoe zou de aarde er vanaf de maan uitzien" liet Kepler echter niet los. Je kunt zeggen, dat deze eerste wetenschappelijke speculatie over de beweging en rotatie van de aarde (want daar ging het om), vanaf de maan gezien, hem zijn hele leven bezig houdt. Het is dus een pleidooi voor de bewegende aarde, die een rotatie in 24 uur maakt, zoals vanaf de maan te zien zou zijn. Het kwam niet tot eerste aanzet, door het verbod van professor Veit Müller. Als hij in 1611 een eerste concept klaar heeft, wordt het, vooral door de omlijsting, als heksenwerk gezien en laat hij het werk liggen. Het half klare werk wordt namelijk door een jonge baron (16 j.) von Volkersdorf in 1611 naar Tübingen gebracht en daar tot in de kappers winkels becommentarieerd, naar Kepler's eigen woord. Naderhand, in een commentaar van 1622, zegt Kepler dat zijn tekst met de figuur van het kruidenvrouwtje Fiolxhilde en de boosaardige uitleg na 1611 zijn moeder en hem veel nadeel bezorgd hebben. Er is dus in dit commentaar van 1622 iets van zelfverwijt. Het heksenproces tegen zijn moeder blokkeert elk verder werken van 1611 tot na haar dood in 1622. Het halfklare werk van 1611 wordt een ogenblik zelfs gebruikt in een poging om niet alleen Kepler’s moeder maar ook Kepler in staat van beschuldiging van hekserij te stellen. (1615) Maar van hoger hand (de hertog, misschien zelfs de keizer?) wordt dit ogenblikkelijk verijdeld. Hij wil het werkje dan na 1622 als zijn moeder gestorven is, uitgeven maar het wordt telkens uitgesteld door allerlei complicaties. Na zijn dood verschijnt "Somnium of Maandroom" met het thema, dat hem als student zo fascineerde. Zo gezien heeft de voltooiing van dit sciencefictionachtige werkje vanaf Kepler's studententijd tot aan zijn dood geduurd. Na zijn dood werd het door zijn zoon Ludwig in 1634 uitgegeven. Als het in te passen is zal ik de kern van dit Science Sprookje op zaterdag 3 maart 2007 enige malen in het kort vertellen. Dat is dus iets heel anders dan wat je hier gelezen hebt.
Het hieronder staande verhaal was één van de acht items op een grote maanwandeling die door het Europlanetarium georganiseerd werd voor een paar honderd bezoekers op 8 november 2003. Manon was toen een van mijn heksen als entourage bij het verhaal, zoals je boven zietDe Maandroom van Kepler, een vertelsel, gebaseerd op het boekje "Somnium of Maandroom", na Keplersdood door zijn zoon Ludwig uitgegeven. (te vertellen waar uitzicht op maan moet zijn:) Ik vertel je een heel oud verhaal, dat ik van een vriend uit IJsland gehoord heb. Daar heb je warmwaterbronnen, geysers, en vulkanen: veel vuurspuwende bergen maar ook veel uitgedoofde vulkanen. Nou, daarin verbergen zich, zo vertelde die vriend, veel heksen. Ze hebben daar een grote holle ruimte voor hun vergaderingen en feesten. Als je het schelle gekrakeel hoorde, zou je denken dat ze ruzie hebben. Maar ze beraadslagen en feesten op hun manier en het gaat er vannacht om wie van hun in deze nacht gebruik mag maken van de maansverduistering om weer eens ... naar de maan te vliegen.Want deze heksen beheersen de kunst om tijdens de maansverduistering met de schaduw van de aarde mee omhoog te schieten. Je weet door het licht van de zon werpt de aarde een schaduw door de ruimte, als die over de maan glijdt, hebben we een maansverduistering, zoals dat vannacht gaat gebeuren. Het zonlicht komt nu vanachter de aarde en valt op de maan. De aarde zelf hangt in het zonlicht en vormt een schaduw. Zo als de aarde rond de zon draait glijdt de schaduwkegel door de ruimte en de maan gaat daar af en toe net doorheen. Als bij een maansverduistering de schaduw van de aarde over de maan zwiept, dan floep, schieten die heksen op hun bezems met de schaduw omhoog. Ze moeten de reis in ongeveer vier uur maken, zolang als de maansverduistering duurt. Met een hand houden ze de bezem stevig vast en met de andere een flard van de schaduw. En gniffelend en giechelend, schaterend en schetterend zijn ze voor een korte tijd door de ruimte op reis. Die reis duurt moeten ze op tijd ten einde brengen. Stel je voor dat ze te laat vertrekken en de maan is uit de schaduw weg, dan vliegen ze de eeuwige kou in. Maar daarvoor zijn ze te slim! Er mogen ook mensen mee: maar ... ik kan nooit mee. Want ze willen alleen maar lichte personen meenemen, dus ... ... en verder: je moet ook nog onder hypnose gebracht worden, anders kun je die reis niet vol houden. Een ontzettende druk op je lijf ondervind je als je zou mee gaan. Als ze de maan naderen vliegen de heksen vooruit om de klap voor de mensen op te vangen. Anders zouden die zwaar gewond raken.Op de maan aangekomen, zoeken ze gauw spelonken in de rotsen en schuilplaatsen achter rotsblokken. Want als de zon weer tevoorschijn komt, vanachter de aarde, dan wordt het daar bloedheet, heter dan bij ons in de warmste woestijn. Terwijl ze wegkruipen voor de hitte waarvan ze weten dat die er direct aan komt, giechelen ze en grinniken ze en wijzen ze naar de duistere lucht. Moet je kijken, de aarde is weg. Ze hebben het grootste plezier over het feit dat de aarde verdwenen is. Want nu is het op de maan "nieuwe aarde", en zie je geen aarde vanaf de maan, zoals er bij ons met nieuwe maan geen maan te zien is. Wel straalt er een prachtige krans van licht rond de plek van de aarde. Die is schitterend mooi, haast zo mooi als de corona van een zonsverduistering bij ons. Maar heel anders: dit is strooilicht van de aardatmosfeer zelf. Op de maan is er een zonsverduistering, als er bij ons maansverduistering is. Slim zijn deze heksen en ze verkneukelen zich in hun slimheid. Het aangenaamste is het daarboven nog als het nieuwe maan is. Wij kunnen de maan dan niet zien. Maar vanaf de maan staat de aarde dan in het zonnetje. Dan kaatst de aarde immers het opvallende zonlicht terug en het valt op de maan, en dat maakt het net draaglijk, daarboven! Dus zij hebben dan, zo te zeggen, volle aarde, Volle Volva, noemen ze dat. Want de aarde noemen ze Volva. Er is een prevolva en een subvolva op de maan. De subvolva is altijd naar de aarde gekeerd. Daarboven zien die heksen dan in 24 uur de hele aarde. Want die aarde, mooi in het zonlicht, draait in 24 uur om zijn as. Dat vinden ze altijd een prachtig gezicht, en daar kakelen ze heel wat over bij elkaar terwijl ze zitten te wijzen: Kijk daar heb je Azië met Europa en Afrika eronder en dan de Atlantische Oceaan en daar Amerika, Noord en Zuid en dan die hele grote Oceaan en dan begint Azië weer, hi, hi, hi. Daar: Europa weer net, een meisje met haar armen uitgespreid, daar waar Engeland en Italië liggen, en Spanje lijkt haar hoofd en bij Gibratar kust het meisje Afrika op zijn hoofd, hi,hi,hi. Maar als het weer volle maan is, moeten ze weer bescherming zoeken voor de felle zon en is de aarde nauwelijks te zien. Dan kruipen ze weg achter de neus van de maan en in de krater van Tycho, Copernicus, Cassini of Plato.Hoe komen die slimme maan-heksen nu weer terug? Ze moeten wachten tot er een halve maand later ergens op de aarde een zonsverduistering optreedt. Want dan valt de schaduw van de maan op de aarde. Langs de rand van die schaduwkegel vliegen ze terug naar de mooie, veilige aarde. Ze grijpen weer met een hand de schaduwrand, met de andere stevig die bezemsteel, dat ze er niet af tuimelen. Zo komen ze weer beneden. Altijd op een andere plaats. Dit keer in 2007 bijvoorbeeld in Noord Siberië en ze moeten goed uitkijken want het is maar een gedeeltelijke zonsverduistering!! Stel je voor ze vliegen langs de aarde de ruimte in, de eeuwige kou in! Van daar in Noord Siberië vliegen ze snel naar de Hekla terug en vertellen aan de andere heksen hoe het was daarboven!
(http://www.edybevk.dds.nl/astronomie/Les%2015/Les15.htm)
| < Vorige | Volgende > |
|---|


